Filmen als Professional
Videobewerking - nieuws
dinsdag 11 maart 2008 22:25
Bij deze de tips van de DVD Filmen als Professional.

1. Camerahandelingen

Statief: zoomopnamen, camerabewegingen. Cameralicht: licht dichtbije opnamen uit. Richtmicrofoon: geluid uit een richting. Groothoeklens: beeldkader en perspectieven. Reservebatterijen: bij de hand.

2. Meer professioneel filmen

Ons natuurlijk zicht is onbegrensd, het camerabeeld is begrensd binnen het kader, goede beeldkaders zoeken, de camera laten opnemen.

3. Beeldscherpte

Autofocus: het beeld is scherp in het midden. Blijvende scherpte: onderwerp scherpstellen op tele, autofocus uitschakelen, kaderen en filmen. Zoom: het eindbeeld scherpstellen, de autofocus uitschakelen.

4. Diafragma

Automatisch diafragma: overwegend lichtverschillen. Vast diafragma: instellen op onderwerp, automaat uitschakelen, probeer grote lichtcontrasten te vermijden.

5. Scherptediepte

Groot diafragma, geringe scherptediepte. Groot brandpuntafstand (tele) geringe scherptediepte. 'n kleine scherptediepte verhoogt het contrast.

6. Beeldvorming

Een schijnbare derde dimensie creëren, het beeldkader harmonisch instellen, de horizon niet in het midden.

7. Afwisselende creatieve scènes

Voor hetzelfde onderwerp, standpunten wisselen. Veel dichtbijopnamen filmen. Ongewone perspectieven zoeken.

8. Camera perspectief

Ruimtelijke indruk door camerastandpunt. Camerahoogte aanpassen aan het onderwerp. Kikvors- en vogelperspectief gebruiken.

9. Brandpuntafstand en perspectief

Groot brandpuntafstand drukt het beeld samen, klein brandpuntafstand trekt het beeld uit elkaar. Een groothoek vervormt lijnen in het beeld.

10. Beeldgrootte en scènelengte

De grootte van de beelden moet in verhouding tot elkaar staan. Hoe meer totaal beeld, hoe langer de scène. Dichtbij opnamen brengen tempo en dynamiek in de film.

11. Pano en zoom

Spaarzaam omgaan met camerabewegingen. Begin- en eindbeeld zoeken. Zooms vervangen door harde overgangen.

12. Rijders

Rijders werken dynamisch. Statische motieven worden geanimeerd. Rijders kunnen over meerdere opnamen dooplopen.

13. Subjectieve camera

Neem het blikpunt van een persoon in. Imiteert de subjectieve waarneming. Maak de kijker meer betrokken en wek spanning op.

14. Scherpteverlegging

Alleen mogelijk bij kleine scherptediepte. Stel voor- of achtergrond scherp. Een elegant en professioneel middel om stilstaande motieven levendig te maken.

15. Beweging voor de camera

Klein brandpuntafstand versnelt, groot brandpuntafstand vertraagt. Bewegingen volgen met handcamera of met steadycam.

16. Shot en tegenshot

Een elegante oplossing voor de montage. Meestal beter als een camerabeweging, verbind actie en reactie.

17. De actielijn

Motieven hebben een actielijn. Blijf altijd op een 180 graden helft van het gebeuren. Motieven (personen) staan altijd aan dezelfde kant.

18. Tussenshots

Verbinden beelduitsneden die niet samengaan (springers). Dichtbije opnamen zijn elegante tussenshots en overbruggen tijdsovergangen.

19. Goed geluid

Een afzonderlijke richtmicrofoon registreert goed geluid. Bij muziekuitvoeringen de beelden op het geluid monteren. Stukken met geluid langer opnemen.

20. Werken met licht

Het mooiste licht: morgen- en avond zon. Tegenlicht maakt opnamen briljanter en plastischer. Maak gebruik van licht en schaduw.

21. Witbalans

Meestal stelt de automatische witbalans juist in. Zoveel mogelijk menglicht vermijden. De witbalans creatief gebruiken.

22. Digitale montage

Goed filmen schept meer vreugde bij de montage. Met goede beelden kun je een slechte film maken, maar met slechte beelden geen goede film. Monteren is een intensief werk, goed letten op de montage van professionele films. Vermijd veel effect overgangen.

Succes.

Laatst aangepast op zaterdag 15 maart 2008 14:57