|
De tekst in de gravure van van Campen (hieronder afgebeeld) wijkt iets af van die op het eerder genoemde schilderij, maar geeft wel duidelijk de vraagstelling.
De vrouw zegt:
Merckt wel en siet op dit verclaren mijn, De twee int Root mijns vaders broeders sijn, De twee int Groen sijn mijn moeders broeders, De twee int Wit mijn kinders. Ick moeder Heb van dese ses den vader tot mijn man, Dat smaegschaps graet mij niet beletten kan.
De twee mannen in het rood zeggen:
Twaer ons leet soot waer achter bleuen Onse nicht en waer onsen vader gegeuen, Want sij en is niet onses vaders nicht, Twelck niemant en sal geraden licht.
De twee mannen in het groen zeggen:
Het is wonder te mercken in deser figuren Want hij is onsen vader Inder naturen, Ende heeft onse nicht getrout, Nochtans ons des niet en berout.
De twee mannen in het wit zeggen:
Onser aller vader is den ouden man, Onser tweër moder is die joffrou dan, Maer segt mij hoe het doch kan komen, Dat ons broeders zijn ons moders omen
Van Campen wilde het zijn klanten niet te moeilijk maken en gaf meteen de oplossing.
De Uytlegging van het Raedsel.
Huybert den ouden Man trouwt voor zyn eerste Vrouw Anna een Weduwe, hebbende een Voor-soon genaamt Gysbert, en teelt bij haar zijn twee Soonen in het Root, Adem en Arent; deese Vrouw gestorven zynde, trouwt voor zyn tweede Vrouw weder een Weduwe, genaamt Beel, die een Voor-dochter had genaamt Jacomyn, en krygt by haar de twee Soonen in het Groen, Bartel en Barent. Ondertussen trouwt de Voor-soon van de eerste vrouw met de voor-dochter van de tweede vrouw van den ouden Man; bij dewelke hy genereert zyn twee jongste Soonen in het Wit, genaamt Casper en Coenraat.
In moderne taal:
De oplossing is: de oude heer is weduwnaar van twee inmiddels overleden vrouwen. Beide vrouwen hadden al een kind uit een eerder huwelijk (respectievelijk een zoon en een dochter) toen ze met hem trouwde. Uit hun tweede huwelijk kregen beiden twee zonen, zodat de man vader van vier zoons en stiefvader van hun halfbroer en -zuster werd. Deze laatste twee trouwden met elkaar. Hun dochter had dus vier ooms die de halfbroers van haar beide ouders waren. Vervolgens trouwde zij de oude man, wat zijn derde huwelijk betekende. Samen kregen zij opnieuw twee zonen.
|